De uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest wordt door sommige theologen wel vergeleken met een grote steen die in het water gegooid is en aan het begin aardige golven teweeg bracht maar naarmate de tijd verstreek uitmondde in slechts kleine rimpelingen. Deze theologie leidt al snel tot het toekomstbeeld van de worstelende en wegkwijnende kerk die ternauwernood de verdrukking van de eindtijd overleeft. Met de leegloop van de kerken in Europa, Jezus’ vraag of Hij in de toekomst nog geloof op aarde zal vinden (Lucas 18:8) en de nodige teksten over mensen die in de laatste dagen het geloof los zullen laten(1 Timotheüs 4:1, 2 Timotheüs 3:1-5, 2 Thessalonicenzen 2: 9-10, Hebreeën 10:25, etc.) , is dan al snel het beeld compleet.

Niet minder maar meer kracht
Ondanks de profetieën over een toename aan verleidingen en bandeloosheid in de laatste dagen geloof ik echter niet dat de theologie van de wegkwijnende kerk Bijbels is. Als ik de Bijbel lees dan zie ik dat Pinksteren, het feest van de eerste kleine oogst slechts de voorbode is van een ander oogstfeest, het Loofhuttenfeest. Het Loofhuttenfeest is het feest waar men het binnenhalen van de gehele oogst viert. Het Loofhuttenfeest als feest dat juist in de eindtijd centraal zal staan (Zacharia 14:16-19). Ik geloof veel meer in de kerk die steeds meer gaat groeien en stralen en dwars door de verdrukking standhoudt. Ik geloof niet in minder maar in meer, niet in een wegkwijnende kerk maar een triomferende kerk. Deze gedachte wordt voor mij bevestigd in de Romeinenbrief. We lezen daarin dat wij door de val van Israël het evangelie hebben gekregen en dat met het weer opstaan nog iets veel mooiers gaat gebeuren. Als ik daar over na ga denken word ik enthousiast en nieuwsgierig. Ik zie biddend en vol verwachting uit naar Israëls herstel en haar geestelijke wederopstanding (Romeinen 11:11 en 15).

Petrus was geen leugenaar
De theologie dat het werk van de Heilige Geest alleen maar afneemt zou naar mijn idee van Petrus een leugenaar maken. Dit laatste statement heeft wat meer uitleg nodig. In Handelingen 2 zien we dat Petrus een preek houdt. De situatie daar is zeer gespannen, zijn publiek bestaat o.a. uit de mensen die Jezus gemarteld en vermoord hebben. Petrus moet hen toespreken. Wat gaat hij in een dergelijke situatie zeggen? Gaat hij het oordeel van God preken? Petrus realiseert zich dat de leiders van het volk de lang verwachte Messias hebben gemarteld en vermoord, Gods geliefde Zoon. Wat is in zo’n situatie de boodschap van God? Petrus kiest zijn woorden zorgvuldig en begint zijn preek met het volgende citaat uit Joël:

“En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle mensen; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, de jongeren onder u zullen visioenen zien en de ouderen zullen dromen dromen; ja, over Mijn dienaren en Mijn dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten, en zij zullen profeteren. Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en walmende rook. De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van de Heer komt, de grote en stralende dag.” (Handelingen 2:17-20)

Als ik dit citaat van Joël goed lees en bestudeer dan is Petrus’ uitlegt nogal groot. Petrus legt wat er gebeurt tijdens Pinksteren uit als de aankondiging van twee grote dingen. Voor de hoorders toen klonken deze woorden als: Dit is de wereldwijde opwekking die voorafgaat aan het wereldwijde oordeel. De hoorders toen hadden diverse profetieën gehoord over beiden. Er zijn diverse teksten in het Oude Testament dat Gods heerlijkheid heel de aarde zou vullen (Numeri 14:21, Psalmen 72:19, Psalmen 102:15, Habakuk 2:14) en ik denk dat Petrus daar aan heeft gedacht toen hij zei dat God Zijn Geest ging uitstorten op “alle mensen” of zoals andere vertalingen zeggen: “op alle vlees”.

Naast deze profetieën over een wereldwijde uitstorting van Gods Geest zijn er nog veel meer teksten over de oordeelsdag te vinden. Een paar voorbeelden zijn te vinden in: Jesaja 13:6, 9, Amos 5:20, Obadja 1:15. Als Petrus hier Joël aanhaalt dan geloof ik niet dat Hij bedoelt te zeggen dat wat met Pinksteren gebeurde de vervulling was van wat Joël profeteerde. Nee, als dat zo zou zijn dan heeft Petrus zich vergist. De uitstorting van de Heilige Geest toen, hoe groot en belangrijk, haalt het niet bij hetgeen beloofd is. Daarnaast is Jezus ook niet de dag of de week daarna teruggekomen. Wat Petrus hier naar mijn idee zegt is dat Pinksteren slechts het begin is van wat komen gaat. Pinksteren als het begin van het tijdperk van de Heilige Geest. Een tijdperk die wij mogen zien als genadetijd voordat het oordeel van God komt (2 Petrus 3:9).

Het verhaal van Joël
Om dit laatste statement goed te onderbouwen moet ik iets meer over de plaats en betekenis van het oorspronkelijke citaat uit het boek Joël vertellen. Het verhaal van Joël is als volgt: Het grootste probleem van het volk ten tijde van Joël was welvaart. Het ging economisch goed en doordat het goed ging, gingen mensen op zoek naar allerlei pleziertjes. De zoektocht naar geluk buiten God om begon. Het volk ging meer feesten. Door de feesten nam de alcoholconsumptie toe en daarmee ook het aantal dronkenschappen. Het alcoholgebruik leidde vervolgens tot losbandigheid en uiteindelijk tot het dieptepunt dat mensen hun eigen kinderen verkochten om zelf maar aan hun trekken te komen. Joël 3:3 zegt: “Zij gaven een jongen voor een hoer; zij verkochten een meisje voor wijn, zodat zij konden drinken.”

Vervolgens komt in die situatie een sprinkhanenplaag. Joël ziet deze plaag als Gods oordeel. In die tijd was een dergelijke plaag rampzalig. Sprinkhanen vreten namelijk echt elk gewas op, alles wordt kaal gevreten. Daarnaast maakt het je land kwetsbaar voor vijandelijke troepen vanwege de beperkte voedselvoorraden. De welvaart is één keer voorbij.

De oproep tot bekering

Joël beschrijft dan ook een tijd van rouw. Een tijd van rouw vanwege de enorme gevolgen.[1] Deze periode van rouw moet volgens Joël de mensen wakker schudden en leiden tot bekering. Op diverse plaatsen in het boek roept hij hier vanuit het diepst van zijn hart toe op (Joël 1:14-15, 2:1, 2:13-17). Het volk moet haar hart scheuren en niet haar kleren. Bekering moet diep gaan! Waarom? Omdat de sprinkhanen- plaag slechts het begin is. Gods oordeelsdag komt eraan en daarom moet het volk zich bekeren. Joël trekt de sprinkhanenplaag door tot het oordeel wat hij van God heeft gezien.

Joël is zo geschrokken van wat God hem heeft bekend gemaakt dat hij vindt dat iedereen moet gaan vasten, zelfs babytjes moeten meedoen, zo belangrijk is het. Joël belooft gelukkig ook wat er zal gebeuren als het volk zich bekeert. De volgende dingen zullen dan gebeuren:

Voor de periode direct na de sprinkhanenplaag: Bevrijding van hun vijanden uit het noorden en economisch herstel. God zal vergoeden wat door de sprinkhanen vernietigd was. God zal ook weer in hun midden zijn (Joël 2:19-27).

Voor de toekomst: De tweede belofte is de belofte met betrekking tot de periode voor de grote oordeelsdag. En die belofte is de tekst die Petrus aanhaalt tijdens het Pinksterfeest.

Genade tijd voordat het oordeel komt
Wat Petrus door het aanhalen van Joël dus op het Pinksterfeest probeert duidelijk te maken is dit: Leiders van het volk word wakker want er komt een oordeel over jullie. God is echter genadig. Hij is begonnen met het uitgieten van de Heilige Geest over alle vlees en als jullie je bekeren dan kunnen jullie daar ook deel aan krijgen en ontsnappen aan het oordeel wat komende is.

Petrus preek’ eindigt zijn preek dan ook als volgt:
“Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en Messias is aangesteld.’ Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’” (Handelingen 2:36-39)

Petrus belooft de Heilige Geest dus aan hen die een ander leven willen, aan hen die een andere samenleving willen. Bekering van levensstijl gaat vooraf aan vervulling. Het is eerst door hebben dat je levensstijl niet klopt, vervolgens vergeving vragen en deze ontvangen om daarna de kracht te krijgen voor die nieuwe levensstijl. God wil de samenleving herstellen nog voordat Hij met Zijn oordeel komt. Hij belooft mensen Zijn Geest te geven om op te treden als profeet, als visionair en als dromer. Drie woorden die in mijn ogen niet los van de samenleving denkbaar zijn.

Soms denk ik wel dat we bekering enigszins hebben versmald tot: “Jezus in je leven vragen”. Ondanks dat dit wel de kern is van ons geloof – immers alleen door Jezus kunnen we vergeving ontvangen en God de Vader leren kennen – is het niet de aanleiding van waarom bekering nodig is. De aanleiding is de egoïstische mens die zijn eigen samenleving kapot maakt. De aanleiding is de verandering van levensstijl die noodzakelijk is voor onszelf en voor onze naaste. Gods verlossing houdt in dat Hij een oplossing biedt voor dat probleem. Gods verlossingsplan begint heel bewust met bekering.

Hebben wij profeten, dromers en visionairs nodig?
De vraag die wij ons moeten stellen is deze: Hebben wij profeten, dromers en visionairs nodig om onze samenleving te herstellen voordat Gods oordeel haar treft? Als wij deze vraag beantwoorden met een “ja” dan hoop ik dat vervolgens ons gebed uitmondt in een roep om vol te worden van Zijn Geest. Ik hoop dat we zullen bidden voor dromen, visioenen en profetieën voor onze eigen omgeving onze eigen woonplaats, ons eigen land. Ik hoop dat we zullen bidden met een verwachting dat God genadig zal zijn en ons gebed tegemoet zal komen. Ik geloof echt dat God ons genadig wil zijn maar ik geloof ook dat Hij ons niet – zoals Henry Blackaby ooit zei –  zal gaan toerusten voor datgeen wat wij toch niet van plan zijn om te gaan doen.

De Heilige Geest is uitgestort voor een missie (Jesaja 61:1-7, Lucas 4:18-20, Markus 16:17-18, Mattheüs 28:18-20) laten wij ons deze missie ook eigen maken! Ons geloof is bedoeld voor verandering en redding van de samenleving. Wij mogen uitzien naar Gods Koninkrijk op aarde zoals het in de hemel is bedacht. Laat genade ons activeren tot gebed en tot krachtige geloofsstappen.


[1]          Een tijd van rouw die  vergelijkbaar is met het verdriet van een vrouw die op het punt staat te trouwen en dan komt haar aanstaande man om. Joël verwoordt dat met de volgende bijzondere woorden: “Weeklaag als een maagd, met een rouwgewaad omgord, wegens de verloofde van haar jeugd.” (Joël 1:8). Als ik dit lees dan lees ik daar een profetische heenwijzing naar Jezus’ dood. Dan moet ik denken aan Jezus’ woorden die Hij zei vlak voor de kruisiging tegen de vrouwen van Jeruzalem. Jezus zegt dan dat ze niet moeten wenen om Hem maar moeten rouwen om henzelf (Zie Lucas 23:28). Ik geloof dan ook dat toen Petrus Joël aanhaalde een gedeelte van de leiders van het volk schrok en een besef kreeg van wat ze hadden gedaan.