“Waar kan ik Uw Geest ontgaan, waar Uw aangezicht ontvluchten?  Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel (letterlijk: dodenrijk), zie, U bent daar.
Nam ik vleugels van de dageraad, woonde ik aan het einde van de zee,  ook daar zou Uw hand mij leiden en Uw rechterhand mij vasthouden. Zei ik: Ja, duisternis zal mij opslokken! –
dan is de nacht een licht om mij heen. Zelfs de duisternis maakt het voor U niet duister, maar de nacht licht op als de dag, de duisternis is als het licht..” Psalm 139:7-12

Eén van de meest mooie dingen om je in je leven te ontdekken is dat God altijd aanwezig is. God is overal en daarom altijd tegenwoordig.  We hoeven niet te vragen of Hij aanwezig is, Hij is er gewoon. David komt tot die ontdekking en beschrijft dat heel mooi in Psalm 139. Ik vind dit zelf mooi omdat het zoveel rust geeft. Als God altijd om ons heen is dan hoeven we niet bang te zijn dat Hij ons verlaten heeft als we Hem een tijdje niet ervaren.

Maar als God altijd aanwezig is waarom ervaren we Hem dan niet altijd?  Waarom roept Jezus aan het kruis:  “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” (Mattheüs 27:46). Blijkbaar is er een verschil tussen de objectieve werkelijkheid van een God die er altijd is en de onze subjectieve waarneming van het ervaren van Hem.  Toen ik dit tot me door liet dringen kwam ik op de volgende vragen: “Wat merk ik van God?” en “Hoe sta ik in relatie tot Hem?”. Laten we beginnen met de eerste vraag. God opmerken vraagt van ons dat we nauwkeurig leren waarnemen. God is daar maar God is niet altijd gelijk merkbaar. God verlangt ernaar dat we Hem zoeken en dat we dat in geloof doen. De Bijbel leert namelijk niet voor niks. “ Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond.” (Hebr. 11:6). God wil dat we Hem zoeken dat we ons best daarvoor doen.

Al in het Oude Testament beloofde Hij aan het volk: Maar ten slotte zult u de HEER, uw God, weer zoeken, en hem ook vinden, als u hem tenminste met hart en ziel zoekt. Wanneer dit alles u overkomt zult u, door de nood gedreven, naar de HEER, uw God, terugkeren en naar hem luisteren.  Want de HEER, uw God, is een God van liefde. Hij zal u niet verlaten en u niet in het verderf storten. Wat hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, vergeet hij niet.” (Deuteronomium 4:29-31)

In die zoektocht naar God lopen we tegen barrières aan. Zelf ging ik in mijn zoektocht bijvoorbeeld vaak af op mijn gevoel in plaats van mijn geloof. Ik stopte dan met bidden als ik na enkele minuten niet gelijk iets voelde, niet gelijk iets opmerkte. Ik heb moeten leren om mijn bidden niet afhankelijk te maken van mijn gevoel, maar gewoon door te gaan. 

Ook ging ik regelmatig af op gedachten van afwijzing. Ook daar heb ik mogen leren om Gods Woord als waarheid voor mijn leven te hanteren i.p.v. die gedachten.

Ook merkte ik, in mijn hulp naar anderen op dit gebied, dat mensen die verwond zijn in hun ziel  veel moeite hebben om dicht bij God te komen. Dit komt omdat hun pijn als een overheersend gevoel een barrière vormt in het ervaren van God.  Ze hebben daardoor al snel veel moeite in het opmerken van God. Dit terwijl aan de andere kant het zijn in Gods aanwezigheid juist zo herstellend werkt.[1]

Een andere aspect is geestelijke strijd. Geestelijke strijd komt voor. Het kan de bovenstaande barrières versterken maar dat niet alleen ook is geestelijke strijd te herkennen door een toename aan aanklachten en onreine gedachten.

Het is dus niet verbazend dat we God niet altijd gelijk opmerken ondanks dat Hij daar wel is. Satan werkt net als wolken die het zicht op de zon ontnemen. Ondanks dat de zon altijd schijnt, zien we en merken we de zon niet altijd op. Satan maakt vaak meesterlijk gebruik van aanklachten, gedachten van afwijzing, pijn, onreine gedachten, afleidende gedachten, etc. (zie 2 Corinthe 10:3-6).[2] Hij wil maar al te graag voorkomen dat onze gedachten gericht zijn op God en Zijn aanwezigheid.

Misschien komt jouw ervaring zelfs wel overeen met wat de psalmist schrijft in Psalm 88:13-14 “Daarom roep ik U om hulp, HEER, elke morgen nader ik U met mijn gebed. Waarom, HEER, verstoot U mij en verbergt U voor mij Uw gelaat?”. Het mooie is dat de Bijbel dergelijke ervaringen niet wegpoetst maar als heel reëel laat staan. Het is een concrete ervaring waar mensen die met gebed bezig gaan tegen aan lopen. Psalm 88 is geschreven door één van de zonen van Korach. Over het algemeen waren dit bidders, mensen die veel ervaring hadden op het gebied van gebed en het zijn in Gods aanwezigheid.

Bidden is dus niet altijd makkelijk. Het is soms een hele opgave, een strijd die we aangaan. Iemand die hier heel concreet tegenaan liep was Daniël. In het boek Daniël kunnen we in hoofdstuk 10:12-13 lezen dat hij God om een antwoord vroeg. Direct werd zijn gebed verhoord. Het duurde alleen 21 dagen voordat het antwoord Daniël bereikte. Het antwoord liet zo lang op zich wachten omdat de engel, die het antwoord moest overbrengen, door de vijand werd tegengehouden. De reactie van God kan dus verstoord worden, niet blijvend, maar wel tijdelijk. Gebed vraagt daarom soms om een lange adem.

Maar stel we merken God wel op. De volgende vraag is dan:  Hoe verhouden wij ons tot God? God is namelijk heilig en puur, zonder zonden. Hoe gaan we dan om met het zijn in Gods heerlijke aanwezigheid?

Aan de ene kant leert de Bijbel dat we door het offer van Jezus geheiligd zijn (Hebreeën 10:10) en dat we daardoor God mogen en  kunnen ontmoeten. De auteur van de biref aan de Hebreeën heeft het over een tempel in de hemel waar we nu al in gedachten God kunnen ontmoeten. Hij schrijft daar het volgende over: “Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom, omdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen. We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God; laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof, nu ons hart gereinigd is, wij van een slecht geweten bevrijd zijn en ons lichaam met zuiver water is gewassen. Laten we zonder te wankelen datgene blijven belijden waarop we hopen, want hij die de belofte heeft gedaan is trouw. (Hebreeën 10:19-23)

Aan de ander kant vraagt een dergelijke ontmoeting een bereidheid om te veranderen. We ontmoeten God in Zijn licht waardoor onze duisternis, onze tekortkomingen zichtbaar worden. Aan ons de keus of we in het licht willen blijven of dat we het licht ontvluchten (Johannes 3:19).[3] Als wij bewust er voor kiezen om niet te willen veranderen dan zullen wij op den duur ook weinig van God meer ervaren.

Het is daarom ook niet voor niks dat de auteur van de brief aan de Hebreeën ook nog een waarschuwing aan zijn uitnodiging toevoegt (zie Hebreeën 10:26-27). Als wij niet veranderen gebeurt het volgende: de ogen van ons hart worden verblind (Mattheüs 6:22-23 en 13:15-16). Het is dan ook niet voor niets dat Paulus bidt voor verlichte ogen van het hart (Efeze 1:18-19). Het bidden om verlichte ogen van het hart is belangrijk. Het heeft als doel dat wij ontdekken wat wij al die tijd al hebben ontvangen in Jezus Christus, namelijk toegang tot Gods aanwezigheid en de kracht die daarvan uitgaat.


[1]     The lintel above the ancient Greek oracle in Delphi bore the words “Know Thyself.” A quiet time helps me do that. When I practice the discipline of a quiet time, I am able to look beneath my own surface. Who am I? What forces have shaped me? What needs, desires and fears direct me? Is God really at work within? But looking in the mirror can also be threatening and uncomfortable. I have experienced quiet times when buried thoughts, motivations and unwanted emotions suddenly rose up. This scared me so much once that I stopped having quiet times for a while. Finally I picked up the mirror again because looking in it was the only way to get to the other side of my fears.
In the presence of God the deep pains that surfaced were changed, cleansed and transformed. Most of all, I grew in the knowledge of God. Like Job I was able to say what I couldn’t have said before: “My ears had heard of you but now my eyes have seen you” (Job 42:5). Eyre, S.D., 1995. Drawing close to God: the essentials of a dynamic quiet time: a lifeguide resource, Downers Grove, IL: InterVarsity Press.

[2]      Perhaps you have not taught yourself to concentrate, and you have developed a pattern of thinking that lets your mind jump from one thought to another. These human tendencies are not sinful, but they need to be brought to the cross and the Spirit’s help received. …/…\… The instigating, manipulating, coordinating mastermind behind much over which you must prevail is Satan. He works through his many demons to do all in his power to keep you from prayer, to shorten your prayer time, to distract you while you pray, and if at all possible, to get you to give up before you prevail in prayer. Satan would rather have you do anything but pray. He would rather have you busy working for God than praying to God. More than anything else you can ever do, prevailing prayer has the potential to hinder Satan, to damage his kingdom, and to rob him of his human followers and slaves.  Duewel, W.L., 2013. Mighty prevailing prayer: experiencing the power of answered prayer, Grand Rapids, MI: Zondervan.

[3]     Some people are so unspiritual that not only does their physical nature shrink from prayer but their carnal nature fears prayer involvement, holds them back from earnest, prolonged praying, and finds a multitude of excuses why not to prevail. Satan takes advantage of any natural tendency to procrastinate and specially attacks prayer time. A spiritually healthy, mature Spirit-filled person rejoices in the opportunity to pray, finds extra time for prayer, and often hungers for more time alone with Christ in prayer. Such a person is eager to sacrifice other things in order to be able to intercede with Christ. Duewel, W.L., 2013. Mighty prevailing prayer: experiencing the power of answered prayer, Grand Rapids, MI: Zondervan.