Wat zou jij doen als jij een miljoen euro zou winnen? Een vraag  waar jij vast weleens over hebt nagedacht. De discipelen werden door het verhaal dat Jezus vertelde in Mattheüs 25:14-30 geconfronteerd met een vergelijkbare vraag. Jezus, die in de weken voor Zijn hemelvaart, een verhaal vertelt over een man die op reis ging naar het buitenland. Op het moment zelf zullen ze de betekenis van dit verhaal niet gelijk gerealiseerd hebben maar in de tijd erna zeker wel. Het was een te vreemd verhaal om te vergeten.

De kern van het verhaal is dat drie dienaren ieder een fortuin kregen. Zelfs degene die het minste kreeg werd in één keer schatrijk. Eén talent zilver was in die tijd namelijk 6.000 daglonen waard, oftewel 20 jaarsalarissen. Reken zelf maar uit waar jij dan op uitkomt. Natuurlijk was dit geld in bruikleen. Het was het werkkapitaal waarmee zij konden gaan ondernemen.

Na Pinksteren werd de uitleg helemaal duidelijk. De kracht van de Heilige Geest die in volle rijkdom aan de gemeente en al haar toekomstige leden gegeven werd (Handelingen 2:39). Wij hebben geen geld als werkkapitaal van Jezus gekregen maar de kracht van de Heilige Geest. Petrus besefte dit na Pinksteren maar al te goed toen hij zei: “Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en ga lopen!” (Handeling 3:6).
De Heilige Geest als kracht om mee aan de slag te gaan. Volgens dit verhaal van Jezus is die kracht dus beschikbaar in grote hoeveelheid.

Verder lezend kwam ik erachter dat degene die hiermee aan de slag gaan alleen maar meer zullen krijgen. Als Jezus terugkomt wordt dit zelfs gigantisch. 

Zelfs al zou je nu al enorm veel van die kracht in je leven meemaken, het is nog niets in vergelijking met wat we dan krijgen. Hij zegt in vers 21 en 23 immers: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.”  Ik vraag me af hoe krachtig moet dit wel niet zijn?

Natuurlijk is er ook nog het verhaal van die knecht die niets deed met zijn werkkapitaal. Hij wordt zwaar gestraft. Nu is de vraag of hij de straf kreeg omdat hij niets gedaan had of dat hij de straf kreeg vanwege de beledigende opmerking die hij uit naar zijn heer. Hij was totaal niet dankbaar voor hetgeen hij had gekregen en uit dit zonder enige vorm van respect voor zijn heer en meester.

Dit slotgedeelte laat mij nadenken. Ik stel mijzelf vragen als: Heb ik voldoende de kracht van de Heilige Geest ontdekt? Ervaar ik dit werkelijk als gigantisch groot werkkapitaal waarmee ik aan de slag kan gaan? Stop ik het, zonder dat ik het direct doorheb, gedeeltelijk onder de grond door te snel in eigen kracht de dingen op te willen lossen?  Welk beeld heb ik daarin van Jezus? Is Hij een strenge en onredelijke heer die van mij veel verwacht en weinig geeft of is Hij de liefdevolle Koning en Vriend waaraan ik straks vol trots kan vertellen: Kijk eens  dit heeft uw Geest door mij mogen doen, wat een rijkdom heeft het teweeg gebracht.

Persoonlijk ga ik voor het laatste maar soms is een dergelijk confronterend verhaal best goed. Daarom nu ook de vraag aan jou: Wat ga jij dit jaar doen met jouw gigantisch groot geestelijke werkkapitaal?