Martin

“Voordat Jezus echt in mijn leven kwam was ik een depressief en onzeker mens.“

Ik had te horen gekregen dat ik een ongeneeslijke ziekte had die mijn ruggenmerg aantast. Ik was behoorlijk aangeslagen daarover. Voor die tijd wilde ik altijd een sterke onafhankelijke persoon zijn. Plotseling was ik niet meer in staat om de dingen te doen die ik daarvoor zelf altijd wel kon doen. Mijn lichaam kon het niet meer. Ik begon me af te vragen of ik nog wel een toekomst had, of er nog een plaats voor me was in de samenleving. Ik was af en toe behoorlijk boos. Ik nam een pessimistische en berustende houding tegenover het leven. Ik trok me terug, bleef steeds vaker thuis als mijn vrienden wat gingen doen. Ik probeerde mijn leven in te richten door alleen te blijven.

God trok me uit deze eenzaamheid. Hij liet me zien dat ik niet het centrum van deze wereld ben. Hij liet me zien dat het niet altijd om mij gaat. Daar ben ik Hem zeer dankbaar voor. We zullen niet altijd alles begrijpen wat ons overkomt of wat ons boos en verdrietig maakt. Maar uiteindelijk mogen we eraan denken dat we eigenlijk al hebben gewonnen, omdat we Jezus kennen en daardoor eeuwig mogen leven met Hem.